Windenergie en de omgeving

 

Windmolens moeten zorgvuldig worden ingeplant met respect voor de omgeving. Gelukkig beschikken we over heel wat informatie en een rijke buitenlandse ervaring om dit op een verantwoorde manier te doen.

 

Geluid

Windmolens hebben twee mogelijke geluidsbronnen. Enerzijds is er het zoeven van de wieken en anderzijds het mechanisch geluid van tandwielkast of generator. Vroeger, bij de eerste generatie windturbines, kon dit al eens storend zijn. De huidige generatie windturbines is zowel aërodynamisch als mechanisch zo ontworpen dat het lawaai minimaal blijft.

Maar lawaai blijft storend, dus moeten windturbines op voldoende afstand worden geplaatst van woongebieden. Om dit te garanderen zijn er berekeningspaketten beschikbaar die het geluidsniveau op een bepaalde afstand bepalen. De Vlaamse Milieuregelmentering (VLAREM) voorziet een aantal geluidsnormen voor verschillende gebieden. Het specifiek geluid van de windturbine moet beperkt worden tot het geluidsniveau van het oorspronkelijk omgevingsgeluid -5dB(A) en de respectievelijke richtwaarden voor de verschillende bestemmingszones.
 

Richtwaarden voor geluid in open lucht (enkele voorbeelden) 
 
 
Gebied overdag avond nacht
Landelijk gebied en gebieden voor verblijfsrecreatie 40 dB(A) 35 dB(A) 30 dB(A)
Woongebieden en landelijke gebieden op minder dan 500 m van industriegebieden 50 dB(A) 45 dB(A) 45 dB(A)
Industriegebieden 60 dB(A) 55 dB(A) 55 dB(A)
 
 
Een voorbeeld: een windturbine van 500 kW met een brongeluid van 100 dB(A) geplaatst op een toren van 50 m hoogte zal voor de omstaander waargenomen worden tot op een afstand van 175 m (45 dB(A)) en 275 m voor ( 40 dB(A)).

Voor dezelfde windturbine met een bronvermogen van 98 dB(A) worden die afstanden respectievelijk 125 en 225 m. De fabrikant kan op vraag de juiste geluidscontouren voor zijn turbine afleveren. Het opmeten van deze gegevens door een erkend instituut behoort tot de normale certificatie procedure van een windturbine.

Enkele certificaten zijn:

Visuele aspecten

Om van optimale windomstandigheden te kunnen genieten moeten windmolens geplaatst worden in open plaatsen en op hoge masten. Een windmolen van 50 m diameter op een mast van 50 m hoog zie je ongetwijfeld staan. Visualisatiestudies kunnen helpen om windturbines op een zo goed mogelijke wijze in het landschap in te passen. Windturbines kunnen ook bestaande landschapselementen versterken. Een aantal punten moeten wel gerespecteerd worden:

Vogels

Lange tijd was men bezorgd om het effect van windturbines op vogels. De lange ervaring in Denemarken heeft uitgewezen dat een windturbine praktisch geen effect heeft op het vogelbestand zelfs niet in de broedgebieden. Het gemiddeld sterftecijfer in Denemarken is 6 vogels per turbine en per jaar.

Bij het plaatsen van een rij windturbines moet men de richting evenwel niet loodrecht op de trekrichting van de vogels plaatsen.

Interferenties met elektromagnetische golven of communicatiesystemen.

Ronddraaiende wieken kunnen in bepaalde gevallen storingen veroorzaken op bijvoorbeeld radarsystemen.
 

Het soort windturbine en de fabricage procédé van de wieken in het bijzonder speelt daarin een rol. Dat interferentie niet onlosmakelijk verbonden hoeft te zijn met windturbines wordt bewezen door het feit dat talrijke operatoren van mobiele telefonie zendinstallaties plaatsen op windmolentorens (vb. DIGI Communication, SAG, BETAtech in Duitsland). 
Foto 13: Windturbine met zendinstallatie voor mobiele telefonie (foto: Nordex windtrubines)